Overig

Tamara Keasberry. Fotocredits: Ayla Maagdenberg

“Niet dat we over vier jaar weer met hetzelfde probleem zitten en weer denken: ´Oh shit, dat systeem moet anders´.” Tamara Keasberry, zakelijk leider van onder andere YoungGangsters, vertelt over hoe het is om zakelijk leider te zijn en deelt haar visie voor de toekomst. Sinds 2017 ontvangt YoungGangsters structurele subsidie van het Fonds Podium Kunsten (FPK) en sinds 2020
ook door het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK).


Bij een subsidieaanvraag houd ik altijd in mijn achterhoofd dat het goed is om ambitieus te zijn en tegelijkertijd óók realistisch. Je moet namelijk wel oppassen dat je niet te ambitieus wordt en heel hoog gaat inzetten als dat niet haalbaar is. Daarnaast maken wij vrij dure producties waardoor we extra gingen nadenken over duurzaamheid en dat hebben wij verwerkt in onze subsidieaanvraag.

Ik denk dat het huidige subsidiesysteem anders zou moeten. Ik heb niet gelijk een antwoord hoe dan precies. Waar wij met z’n allen tegenaan lopen is dat er BIS (red. basisinfrastructuur) instellingen zijn. Daar gaat heel veel geld naartoe, die hebben het ook heel breed en kunnen daardoor heel
breed uitpakken. Ik vind het verschil met de meerjarige subsidies dan erg groot. Als je twee ton krijgt moet je twee ton matchen, dat kan via gemeenten en als je die steun niet hebt dan heb je een probleem. Er zijn nu bijvoorbeeld heel veel groepen die geen geld van het AFK hebben gekregen maar wel van FPK. Die kunnen natuurlijk never nooit niet matchen. Iedereen gaat dan Fonds21 aanvragen en het Prins Bernard Cultuurfonds, etc. Daarnaast heb je dan ook nog de productiesubsidies die ook van die fondsen afhankelijk zijn en die zitten dus met z’n allen in dezelfde vijver te vissen.

Dat het FPK al een pot krijgt dat eigenlijk gelijk al te weinig is, is al opmerkelijk. Als je dan vier jaar subsidie krijgt bouw je iets op als organisatie. Het is pijnlijk als je dan ineens geen subsidie meer krijgt en dat kapot ziet gaan. Zo’n systeem verander je niet zomaar, daar gaan meerdere ministers overheen. Toch is het wel belangrijk dat op z’n minst het gesprek erover op gang komt. Niet dat we over vier jaar weer met hetzelfde probleem zitten en dan weer denken: ‘oh shit, dat systeem moet anders’.

Ik zie voor me dat er voor een paar jaar een denktank in het leven geroepen moet worden met visionaire mensen. Zij moeten gaan werken aan een voorstel voor de minister om tot een goed systeem te komen. Het systeem van de BIS instellingen is ook ooit maar bedacht. Eerst moet er een analyse komen; wat hapert er aan dit systeem? Vervolgens moet er gekeken worden naar hoe we dit systeem kunnen verbeteren? Ik denk dat het interessant is als er een denktank samengesteld wordt met wijze mannen en vrouwen die daar invulling aan kunnen geven. Uit elk segment zou een afgevaardigde moeten komen, seniors, die bijvoorbeeld directeur zijn geweest van een BIS theater, een groot jeugdtheatergezelschap maar ook iemand van een wat kleinere groep die meerjarige subsidie heeft ontvangen. Kortom, een diversiteit aan mensen met veel ervaring en een groot netwerk. Die afgevaardigden moeten namelijk ruggespraak houden met hun achterban en netwerk.


Ook vind ik het verschil in beoordelen heel groot. Je hebt snel het gevoel de A-klasse zijn de BIS instellingen en de B-klasse zijn de meerjarige gesubsidieerde groepen en daarnaast heb je ook nog een C van groepjes die af en toe een productie doen. Dat is natuurlijk een totaal verkeerde indeling van de sector, want een productie die een BIS instelling maakt voor een grote zaal is niet per sé beter dan wat een kleinere instelling maakt.

Door de huidige indeling heerst er een ontzettende hiërarchie. De programmeurs gaan eerst alle BIS instellingen voor de zomer plaatsen in hun kalender. In het najaar komen de andere groepen aan de beurt, dus de beste plekken zijn al weg. De omstandigheden voor jonge makers, die eigenlijk de diversiteit in theatertaal moeten leveren aan de hele sector, zijn dus erg moeilijk. Ze hebben vier jaar gestudeerd, een schuld opgebouwd en vervolgens worden er maar een paar opgevangen door de BIS gezelschappen waardoor ze een salaris hebben. Er is best een grote armoede onder jonge makers en jonge acteurs.

Het kostte de sector heel veel moeite om überhaupt gezien te worden door de minister. De lobbyisten doen hartstikke goed werk maar we komen wel echt met hele kleine stapjes vooruit. Het blijkt nu bijvoorbeeld dat er heel weinig van die corona steunpakketten naar de ZZP’ers gaan, terwijl de sector uit heel veel ZZP’ers bestaat. Dus ik denk dat de lobbyisten nu helemaal nog niet toekomen aan het uitleggen dat het systeem niet werkt. Het werkt op zich wel, maar het werkt ongelijkheid in de hand. Dat is het.

Deze blog is geschreven door Sybren Horlings. Sybren heeft dit jaar zijn propedeuse gehaald bij de Opleiding Productie Podiumkunsten.

Terug naar Programma